Brinkflat

Inleiding

De Brinkflat werd gebouwd als verzorgingsflat met 31 woningen voor ouden van dagen en 7 woningen op de bovenste verdieping voor verpleegkundigen. Daarnaast bevatte het complex een hotel, café-restaurant en winkels. Het werd gebouwd in opdracht van ontwikkelings- en beleggingsmaatschappij NV De Heem in Utrecht. In 1968-1969 heeft de NV De Heem een “grotere broer” van dit gebouw in Groningen willen realiseren, dit keer naar ontwerp van de architecten Hartsuyker. Dit plan is echter niet uitgevoerd. De flat maakt deel uit van het Brinkplan dat dor de gemeente Assen onder supervisie van Den Boer van de Provinciale Planologische Dienst werd ontwikkeld ter herinrichting van de Brink. De flat is een uiting van een typische naoorlogse ontwikkeling waarin beleggingsmaatschappijen verzamelcomplexen ontwikkelen waarin een combinatie wordt gemaakt van woningbouw, winkel- en bedrijfsruimte. Daarnaast is deze voormalige “verzorgingsflat” een voorbeeld van woningbouw voor ouden van dagen die – gecombineerd met inwonende verpleegkundige – een grote mate van zelfstandigheid konden behouden.
Frans Klein (1918-1971), geboren te Rotterdam, begon zijn loopbaan rond 1937 bij Architectenbureau Feberwee in Groningen; tijdens de oorlogsjaren stond het bureau bekend als Architectenbureau Feberwee Klein. Na de oorlog begon Klein voor zichzelf. Hij heeft relatief veel wederopbouw bouwopgaven in het Noorden op zijn naam staan. Kleins architectonische werken hebben een nadrukkelijke stedenbouwkundige dimensie. Een ander kenmerk voor Klein is de mate van individualiteit en creativiteit die in zijn ontwerpen naar voren komen. Daarmee werd hij een uiterst geschikt architect om samen te werken met het Groningse aannemingsbedrijf Rottinghuis en het door hen ontwikkelde montagebouwsysteem. Klein kan worden beschouwd als één van de meest creatieve architecten uit de wederopbouwperiode in het Noorden. Hij ging samenwerkingsverbanden aan met onder andere architect Maaskant.
In het ontwerp voor de winkelpuien introduceerde Klein een semi-openbare ruimte die als voorportaal voor de winkel diende, waardoor de scheidslijn tussen buiten en binnen – tussen kijken en kopen – vervaagde. Met het spelen met de tegenstelling binnen – buiten door middel van verdiepte loggia’s en vooruitspringende balkons refereert Klein aan de ideeën van Le Corbusier die de “degradatie van de wand” tot een van de hoofdthema’s in zijn werk heeft gemaakt. De loggia is niet langer slechts een inpandig balkon geprojecteerd voor een slaapkamer, maar een voortzetting van de woonkamer in de open lucht.
Het gebouw is een uiterst decoratief voorbeeld van montagebouw en getuigt van innovatieve keuzes als het gaat om materiaal en bouwmethodiek. Het is een representatief voorbeeld van het oeuvre van Klein die met zijn werken een stempel op de naoorlogse architectuur van het Noorden heeft gedrukt.
In 1969 werd het hotel verbouwd, in 1975 volgde verbouwingen van de winkels, het café en het restaurant in opdracht van het Philips Pensioenfonds en in 1997 de verbouw en splitsing van het Brinkhotel.

Omschrijving

Het complex is gezet op een rechthoekige grondvorm met daarop een plint met winkels, vervolgens drie bouwlagen met appartementen en tenslotte een bovenste, teruggerooide verdiepingslaag met kleinere wooneenheden. Het gebouw is rond een atrium gebouwd dat tot boven open is en de galerijen aan de achterzijde van licht voorziet. De constructie van het gebouw is een gewapend beton skeletconstructie die in de gevel zichtbaar is gelaten door enerzijds de muurvlakken in de gevel enigszins terugliggend op te metselen en binnen de kaders van het gevelraster balkons op te nemen. De gevel wordt aan de Brinkzijde op deze wijze geleed in achttien traveeën en aan de Brinkstraatzijde in elf traveeën (waarvan twee op de hoek uit gesloten metselwerk bestaan). Elk travee heeft een breedte van ca. 7,20 m. De muurvlakken in de gevel zijn opgemetseld uit een roodbruin genuanceerde steen in siermetselwerk van afwisselend twee staande en twee liggende bakstenen. Midden in deze gevelvlakken is een enkele rechthoekig staand tuimelraam van staal aangebracht. Het beton is gebouchardeerd en verder onbehandeld gelaten.
De loggia’s met balkons zijn om de twee gevel traveeën boven elkaar geplaatst en de balkons steken enigszins uit het gevelvlak met een opengewerkt, ijzeren sierhekwerk. Op de top van de voorgevel fungeert het sierhekwerk van de teruggegooide appartementen als een fries. Deze appartementen hebben van nagenoeg vierkante plattegrond van ca. 50m2, bestaande uit een slaapkamer, woonkamer, keuken en badkamertje. Elk appartement heeft een breed balkon aan de voorzijde.
De grotere appartementen op de drie onderste woonlagen hebben een nagenoeg rechthoekige plattegrond, eveneens bestaande uit een slaapkamer, woonkamer, keuken en badkamertje. De appartementen op de hoek zijn nog groter en hebben een tweede slaapkamer.

Waardering

De Brinkflat, voormalig verzorgingsflat met winkels, gelegen op de hoek Brink – Brinkstraat in het centrum van Assen, gebouwd in de periode 1965-1968 door architect F. Klein (Groningen), van belang voor de provincie Drenthe vanwege de:

  • cultuurhistorische waarde, als zijnde een bijzondere en representatieve uitdrukking van de modernisering van de Drentse maatschappij en de ontwikkeling van nieuwe gebouwtypen als winkel-woningcomplexen
  • architectuurhistorische waarde, zich uitend in de esthetische kwaliteiten van het ontwerp en als uitdrukking van de typologische ontwikkeling van appartementencomplexen en winkelwoning-panden; vanwege de positie van het pand in het oeuvre van de architect Klein als zijnde innoverend en toonaangevend, met name op het gebied van plattegronden en gevelontwerpen; als representatief naoorlogs voorbeeld van bouwinitiatieven van ontwikkelings- en beleggingsmaatschappijen
  • stedenbouwkundige waarde van het object en vanwege de ruimtelijke relatie die het aangaat met de omgeving
  • uitzonderlijke gaafheid van het ontwerp