stadsvilla
Inleiding
De in Overgangsarchitectuur met kenmerken van de Chaletstijl ontworpen STADSVILLA is in 1915 gebouwd in opdracht van D. Jacobs te Meppel. De oorspronkelijke dakkapel aan de voorzijde is in 1948 vervangen door het huidige grotere exemplaar. Het is een vrijstaand pand en het ligt iets achter de rooilijn aan de doorgaande weg op de hoek van Zuideinde met Wilhelminapark in een rij vergelijkbare villa’s en herenhuizen binnen het cultuurhistorisch zeer waardevolle gebied Zuideinde/Stationsweg/Wilhelminapark met huisvesting voor de stedelijke burgerij en elite in de periode ruwweg tussen 1880-1920.
Het pand is door drie topgevels een hoekpand dat georiënteerd is op zowel het Zuideinde als het Wilhelminapark. Rondom erf en tuin, voor het overgrote deel omgeven door een taxushaag. Aan de noordzijde bevindt zich een schutting. Elementen van originele beplanting w.o. diverse bomen en een magnolia zijn aanwezig. Er is een origineel ijzeren TOEGANGSHEK richting de entree. Wellicht is het overige deel van het hekwerk nog verscholen in de haag aanwezig.
Omschrijving
De STADSVILLA heeft een samengesteld plattegrond, is deels onderkelderd en bestaat deels uit twee bouwlagen met een samengesteld dak (kruisnok) dat gedekt is met bruinrode geglazuurde Tuiles du Nord dakpan. Op het zuidelijke dak bevindt zich een gemetselde nokschoorsteen. In het westelijke dakschild bevindt zich een dakkapel met dubbel venster, plat dak en uitkragende geprofileerde gootlijst (later toegevoegd). In het andere dakschild, aan de oostzijde, bevindt zich een originele dakkapel. Het komt schuin uit het dakschild omhoog, is gedekt met Tuile du nord dakpannen en voorzien van windveren en een goot met hemelwaterafvoer. Het staande dubbele venster heeft twee tweelichts bovenlichten met oranje/geel gekleurd glas. Het dak heeft een fors uitkragende houten gootlijst op klossen met een kleine daklijst.
De gevels zijn opgetrokken in bruinrode baksteen met gepleisterde speklagen op een gepleisterd trasraam. De verdieping van het hoofdvolume is wit gepleisterd met speklagen in rode baksteen. De scheiding tussen begane grond en verdieping wordt gevormd door een gepleisterde grijze waterlijst. De gevels zijn geleed door H-vensters en achtruits bovenlichten met oranje/geel gekleurd glas, gepleisterde speklagen, natuurstenen lateien boven de vensters, segmentbogen met gepleisterde aanzet- en sluitstenen en met gele baksteen ingemestelde boogvelden en natuurstenen afzaten. Op de bovenverdieping en in de topgevel van de zuidelijke gevel en de topgevel aan de oostkant bevinden zich dubbele vensters met lateien en rollagen. In alle topgevels is bovenin gevelbekleding van getand strokenhout aangebracht.
De noordelijke gevel is geleed door speklagen, een staand dubbelvenster en een dubbel bovenlicht met een gepleisterde latei, een boogveld en een segmentboog, daarboven in de topgevel een kleiner staand dubbelvenster. Op de begane grond van deze gevel is de aanzet van twee gevelopeningen te zien.
De uitbouw aan de westgevel bestaat uit een trapeziumvormige erker. In de voorgevel bevindt zich een staand venster met een tienruits bovenlicht en in de zijgevels staande vensters met zesruits bovenlicht, alle met oranje-geel gekleurd glas en met natuurstenen lateien, gemetselde rollagen en natuurstenen afzaten. Ook hier weer de speklagen als eerder genoemd. De erker heeft een fors uitkragende geprofileerde gootlijst op klossen en een smalle daklijst.
Op de erker bevindt zich een balkon met dubbele deuren met getoogde vensters, dubbele zesruits bovenlichten, natuurstenen latei, met gele bakstenen gemetseld boogveld en twee segmentboogjes. Het houten balkonhek heeft een verticaal, geometrisch patroon. In de topgevel zit een staand dubbel venster met dubbele achtruits bovenlichten, natuurstenen latei en rollaag.
De geleding van de oostgevel (boven de serre) is gelijk aan die van de westgevel boven de erker. De houten serre op een gemetseld trasraam bestaat uit zes vensters met 12-ruits bovenlichten van geel-oranje glas, een dubbele paneeldeuren met getoogde vensters,en geprofileerde kozijnen onder een daklijst en een uitkragende gootlijst op klossen. Een houten balkonhek met verticale spijlen omsluit het grote balkon.
De oostgevel van het noordelijke bouwvolume is geleed door een dubbel venster met een dubbel zesruits bovenlicht en een entree, beide onder een met gele bakstenen gemetseld boogveld, een rode segmentboog en een doorlopende speklaag. Voor de oorspronkelijke entree zit een niet originele uitbouw met een paneeldeur met stoep en een venster. In de plint bevindt zich het dubbele keldervenster.
De westgevel van het noordelijke bouwvolume is geleed door een dubbel venster met een dubbel zesruits bovenlicht en de hoofdentree onder een natuurstenen latei, een met gele bakstenen gemetseld boogvel en rode segmentbogen met sluit- en aanzetstenen.
Zowel west- als oostgevel hebben een gemesteld fries van gele en rode bakstenen op een grijze waterlijst en met geprofileerde hanglijsten.
De entree bestaat uit een houten paneeldeur met verticaal venster onder een getand kalf, een natuurstenen onderdorpel en neuten boven een eentraps stoep en met een verticaal ingemetselde natuurstenen briefopening. In het geprofileerde kozijn zit een achtruits bovenlicht met geel-oranje glas.
Waardering
De stadsvilla met toegangshek is van algemeen provinciaal belang op grond van de volgende criteria:
Cultuurhistorische waarde
- de stadsvilla met hekwerk vertegenwoordigt cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van de huisvesting van de stedelijke elite rond 1910 in Drenthe
Architectuurhistorische waarde
- vanwege de waarde van de stadsvilla met toegangshek gebouwd omstreeks 1915 als bijzondere uitdrukking van woonhuisarchitectuur in Overgangsarchitectuur met kenmerken van de Chaletstijl in Drenthe;
- vanwege de esthetische kwaliteiten van het ontwerp;
- vanwege het kenmerkende materiaalgebruik en de opvallende en zorgvuldige detaillering in Overgangsarchitectuur met kenmerken van de Chaletstijl
Stedenbouwkundige/ensemble waarde
- vanwege de bijzondere betekenis van de stadsvilla met toegangshek voortkomend uit de zeer beeldbepalende situering op de kruising van het Zuideinde met het Wilhelminapark in het cultuurhistorisch zeer waardevolle gebied Zuideinde/Stationsweg/Wilhelminapark
- vanwege de ensemblewaarde met de vergelijkbare, naastgelegen stadsvilla Zuideinde 97die eveneens in procedure is om te worden aangewezen als provinciaal monument
Gaafheid
- vanwege de redelijke mate van gaafheid van het exterieur van de stadsvilla en het toegangshek;
- vanwege de waarde van de stadsvilla in relatie tot de hoge mate van gaafheid van de stedenbouwkundige structuur en het bebouwingsbeeld binnen het cultuurhistorisch zeer waardevolle gebied Zuideinde/Stationsweg/Wilhelminapark
Zeldzaamheid
- vanwege de redelijke mate van zeldzaamheid van de stadsvilla met toegangshek in de provincie Drenthe in relatie tot de voornoemde cultuurhistorische, architectonische en stedenbouwkundige kenmerken