Baarhuis Coevorden
Inleiding
Een omstreeks 1875 gebouwd BAARHUIS in Waterstaatsstijl met Neoclassicistische kenmerken gelegen op het terrein van de begraafplaats van Coevorden. Gemeenten met meer dan duizend inwoners werden vanaf 1872 bij wet verplicht om een separate begraafplaats in te richten. Het gebouwtje vertoont nauwe samenhang met de begraafplaats zelf, het naastgelegen Joodse baarhuis uit de periode na de Tweede Wereldoorlog en het nabijgelegen ENTREEGEBOUW. Het baarhuis staat met de achterzijde tegen de omringende beukenhaag, is met de voorzijde gericht op een dwarsas van de orthogonale aanleg van de begraafplaats en maakt deel uit van het nog grotendeels authentieke eerste deel van de begraafplaats die meermalen is uitgebreid.
Het oudste deel van de begraafplaats kent een hoofd- en een dwarsas. Aan het begin van de hoofdas staat het omstreeks 1935 gebouwde ENTREEGEBOUW. Dit entreegebouw is ontworpen in Interbellum architectuur met Zakelijk Expressionistische elementen. Het gebouw staat bij de ingang van de begraafplaats en is met de voorzijde naar de weg en met de achterzijde naar de begraafplaats gericht. Tegen de westgevel een eenvoudig houten hekwerk en tegen de oostgevel een smeedijzeren hekwerk met toegangshek. Door uitbreiding van de begraafplaats aan de noordzijde heeft het gebouw haar oorspronkelijke functie verloren.
Omschrijving
Een uit 1 bouwlaag bestaand BAARHUIS op rechthoekige plattegrond dat is opgetrokken in een bruin/rode baksteen, aan de voorzijde op een grijs gepleisterde en aan de bovenzijde van een profilering voorziene plint. Het pand wordt gedekt door een zadeldak belegd met een gesmoorde oude Hollandse pan. Het gebouwtje heeft aan de voor- en achterzijde een tuitgevel, is op alle hoeken voorzien van gemetselde hoekpilasters, terwijl de drie traveeën diepe zijgevels zijn ingedeeld middels lisenen.
De zuidelijk gelegen achtergevel wordt geleed door een opgeklampte deur; betonnen onderdorpel en neut; gepleisterde wenkbrauw; uitkragend rondboogvenster voorzien van gietijzeren ventilatierooster; natuurstenen gevelbeëindiging; smeedijzeren staafankers.
De beide zijgevels worden geleed door twee ventilatieopeningen als in de achtergevel; twee rondboogvensters voorzien van gietijzeren tracering, gepleisterde wenkbrauw en gepleisterde lekdorpel.
De noordelijk gelegen voorgevel wordt geleed door een gepleisterde gevelbeëindiging met diamantkop in de tuit; rondboog ventilatievenster als in achter- en zijgevels; opgeklampte deur met 4-ruits rondboog bovenlicht; rond het bovenlicht een gepleisterde blokomlijsting voorzien van diamantkop; aan weerszijden van de deur een dubbele cordonlijst waartussen aan iedere zijde drie uitgespaarde kruizen in het metselwerk.
Het ENTREEGEBOUW is 1 bouwlaag hoog en opgetrokken in roodgesinterde baksteen op een trasraam van bruingesinterde baksteen. Het rechthoekige gebouw wordt gedekt door een overkragend schilddak belegd met een rood geglazuurde Romaanse pan. Tegen de noord- en zuidgevel een risaliserende topgevel onder zadeldak belegd met rood geglazuurde Romaanse pannen. Rond het schilddak een bakgoot in houten betimmering op houten klossen; dakoverstek voorzien van schrotenbetimmering.
De noordelijke en de zuidelijke gevel zijn identiek en bestaan uit een risaliserend gedeelte voorzien van topgevel en zadeldak met overstek en opgetrokken in dezelfde soorten baksteen als het hoofdgebouw; dakoverstek op houten klossen met kraalschrootbetimmering; geprofileerde windveer; uitkragende bakgoten op houten klossen. De gevel van het risaliet wordt geleed door een tweedelige rondboog paneeldeur onder rollaag; gemetselde stoep voorzien van ijzeren rooster. Aan weerszijden van de deur een gekoppeld 2-ruits venster voorzien van tussenstijl en gemetselde lekdorpel. Boven de deur een samengesteld liggend venster voorzien van gemetselde lekdorpel. Aan weerszijden van het risaliet een samengesteld staand venster voorzien van gemetselde lekdorpel. De oostelijke- en westelijke zijgevel worden zijn identiek en worden geleed door twee staande vensters als in de noord- en zuidgevel.
Waardering
Het baarhuis en het entreegebouw op de begraafplaats van Coevorden zijn van algemeen provinciaal belang op grond van de volgende criteria:
Cultuurhistorische waarde
- het baarhuis en het entreegebouw vertegenwoordigen hoge cultuurhistorische waarde als representanten van de grafcultuur en de funeraire architectonische ontwikkelingen in Drenthe vanaf het derde kwart van de negentiende eeuw tot de Tweede Wereldoorlog
Architectuurhistorische waarde
- als voorbeeld van een baarhuis in Ambachtelijk-traditionele trant uit omstreeks 1875 en een entreegebouw in Interbellum architectuur met Zakelijk Expressionistische elementen uitomstreeks 1935
- vanwege de esthetische kwaliteiten van het ontwerp van zowel het baarhuis als het entreegebouw
- vanwege het kenmerkende materiaalgebruik en de zorgvuldige detaillering van het baarhuis in Ambachtelijk-traditionele trant en het kenmerkende materiaalgebruik en de zorgvuldige detaillering van het entreegebouw in Interbellum architectuur met Zakelijk Expressionistische elementen
Stedenbouwkundige / ensemblewaarde
- vanwege de betekenis van de het baarhuis en het entreegebouw als essentiële onderdelen van een funerair complex dat als representant van de historische Drentse grafcultuur in cultuurhistorisch, architectuurhistorisch en stedenbouwkundig opzicht van belang is
Gaafheid / authenticiteit
- vanwege de hoge mate van gaafheid van zowel het baarhuis als het entreegebouw
Zeldzaamheid
- vanwege de hoge mate van zeldzaamheid van het funeraire complex met baarhuis en entreegebouw in de provincie Drenthe in relatie tot de voornoemde cultuurhistorische, architectonische en stedenbouwkundige kenmerken