Boerderij Veenhuizen
Inleiding
Een in 1723 in een Ambachtelijk-traditionele bouwstijl gebouwde BOERDERIJ in een voor deze streek afwijkend type. Het pand, genaamd “De Jachtweide” (gelagkamer) lag aan de route van de postkoets. Naast de agrarische functie heeft de boerderij ook dienst gedaan als herberg en winkel en was voorheen ook per schip te bereiken, getuige een stenen meerpaal in de berm langs de weg. Na 1822 werd de boerderij de eerste hoeve van het Derde Gesticht.
In 1935 is de boerderij in opdracht van het Ministerie van Justitie verbouwd waarbij waarschijnlijk de rietbedekking van de schuur is vervangen door pannen. Momenteel vormt “De Jachtweide”, samen met het Spaanse kerkhof, de enige nog bestaande bebouwing van het Veenhuizen van voor de Maatschappij van Weldadigheid.
Het pand, nog geheel in de context, heeft als erfafscheiding een beuken- en meidoornhaag. Op het zijerf een groentetuin en een bloementuin met een oude beuk; aan de achterzijde op de perceelgrens een rij oude eiken; overig gras. Aan de oostzijde van het voorhuis ligt een gedeelte oude keienbestrating, waarin de vorm van een (borrel)glas te herkennen is.
Omschrijving
De uit 1 bouwlaag bestaande en gedeeltelijk onderkelderde BOERDERIJ op samengestelde plattegrond is opgetrokken in rood/bruine baksteen. Het pand wordt gedekt door een aan de achterzijde afgewolfd zadeldak. Het dak van het voorhuis is belegd met een oranje oude Hollandse pan en op de schuur ligt een oranje platte Muldenpan. Het voorhuis heeft een uitkragende houten bakgoot op klossen; op het oostelijk dakschild twee niet originele gemetselde schoorstenen; op het westelijk dakschild 1 niet originele gemetselde schoorsteen; in beide dakschilden een drietal kleine niet originele dakvensters.
Het dak aan de achterzijde van de schuur is voorzien van een uilenbord en windveer; tevens windveer ter plaatse van de krimp.
De voorgevel wordt geleed door 6-ruits vensters voorzien van houten onderdorpel met onder en boven een rollaag; luiken met gehengen om verticale duim. Op de verdieping twee smalle staande samengestelde vensters bestaande uit een klein staand venster (voorzien van een luik) met 4-ruits bovenlicht. De entree is gelegen tussen het eerste en tweede venster van links en bestaat uit een houten paneeldeur met weldorpel; staand 6-ruits venster met houten roeden; 4-ruits bovenlicht; rollaag; verticale duim aan weerszijden bovenlicht; natuursteen onderdorpel; in de nok van de topgevel een smeedijzeren jaartalanker waarop “1723”; vlechtingen; smeedijzeren staafankers; gemetselde druiplijst.
In de oostelijke zijgevel vier 6-ruits vensters als aan de voorzijde, alle voorzien van luiken.
In de westelijke zijgevel links een 6-ruits venster onder rollaag als in de voorgevel; daarnaast twee staande 6-ruits keldervensters onder rollaag en voorzien van een luik; daarboven twee staande 4-ruits vensters met onder en boven een rollaag; rechts daarvan twee 12-ruits schuifvensters onder rollaag; daarnaast een niet originele deur met 4-ruits bovenlicht onder rollaag voorzien van granieten onderdorpel en neut; daarnaast een klein hooggeplaatst venster tussen rollagen.
De zijgevels van de schuur worden geleed door getoogde 4-ruits draaibare vensters onder rollaag met gemetselde lekdorpel.
In de westelijke gevel van de schuur bevinden zich tussen het tweede en het derde venster 2 opgeklampte houten deuren met hardstenen onderdorpel en neut; van het vijfde venster van achteren is de roedenverdeling verwijderd; links daarvan twee niet getoogde 4-ruits vensters onder rollaag met gemetselde lekdorpel. In de oostelijke gevel tussen het tweede en derde venster van achteren een opgeklampte deur met staand venster; niet oorspronkelijke gemetselde steunbeer; smeedijzeren staafankers.
De achtergevel heeft een symmetrische opbouw met in het midden een dubbele opgeklampte baanderdeur onder betonnen latei; in iedere deur een staand 6-ruits venster, dat bij de linker deur is dichtgetimmerd; aan weerszijden een staand rondboogvenster met houten tracering; boven de baander een opgeklampt houten zolderluik; aan de buitenzijden van de achtergevel een opgeklampte houten deur onder rollaag (linkerzijde deel kozijn verwijderd en niet originele deur).
Aan de westzijde van de boerderij een niet originele houten garage die vanwege te weinig kwaliteit niet onder de provinciale bescherming valt.
Waardering
De voormalige boerderij met erfinrichting is van algemeen provinciaal belang op grond van de volgende criteria:
Cultuurhistorische waarde
- de gestichtsboerderij van de Maatschappij van Weldadigheid vertegenwoordigt een hoge cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een gestichtboerderij, vanwege de relatie met de geschiedenis van de Rijkswerkinrichting en het gebied van Veenhuizen dat als geheel een bijzondere plaats inneemt binnen de ontwikkelingsgeschiedenis van de ontginning van woeste gronden, armenzorg, (gedwongen) werkverschaffing en later de huisvesting van gedetineerden in Drenthe
- de boerderij met herberg- en winkelfunctie als representant van de bebouwing van het oude buurtschap Bergveen te Veenhuizen voor de komst van de Maatschappij van Weldadigheid. Vanaf 1822 is de boerderij als onderdeel van de structuur van gestichtsboerderijen onlosmakelijk verbonden met de activiteiten van de Maatschappij van Weldadigheid
Architectuurhistorische waarde
- als bijzondere uitdrukking van een krimpenboerderij met herberg- en winkelfunctie in Ambachtelijk-traditionele bouwtrant uit het eerste kwart van de achttiende eeuw die in 1935 als pachtboerderij van de Maatschappij van Weldadigheid deels is verbouwd
- vanwege het kenmerkende materiaalgebruik en de zorgvuldige detaillering in Ambachtelijk-traditionele trant
Stedenbouwkundige / ensemblewaarde
- vanwege de betekenis van de boerderij met erfinrichting als essentieel historisch-functioneel complexonderdeel van de Rijkswerkinrichting Veenhuizen die als representant van de ontwikkelingsgeschiedenis van de ontginning van woeste gronden, armenzorg, (gedwongen) werkverschaffing en later de huisvesting van gedetineerden in Drenthe in cultuurhistorisch, architectuurhistorisch en stedenbouwkundig opzicht van belang is;
- vanwege de beeldbepalende ligging van de boerderij met erfinrichting in het buurtschapje Bergveen en binnen het van rijkswege Beschermde Gezicht van Veenhuizen;
- vanwege de visuele en functionele samenhang met de naastgelegen rijksmonumentale boerderij Stoomweg 3 en de objecten behorende bij de overgebleven bebouwing van het Derde Gesticht van de Maatschappij van Weldadigheid (deels rijksmonument en deels provinciaal monument)
Gaafheid / authenticiteit
- vanwege de hoge mate van gaafheid van het exterieur van de boerderij en het sobere erf passend bij het agrarische karakter;
- vanwege de waarde van de boerderij met erf in relatie tot de hoge mate van gaafheid van de stedenbouwkundige structuur en het bebouwingsbeeld binnen het van rijkswege beschermde gezicht van Veenhuizen
Zeldzaamheid
- vanwege de hoge mate van zeldzaamheid van de boerderij met erfinrichting in de provincie Drenthe in relatie tot de voornoemde cultuurhistorische, architectonische en stedenbouwkundige kenmerken