Dwarshuisboerderij Ruinerwold
Inleiding
Een in Overgangsarchitectuur gebouwde DWARSHUISBOERDERIJ. De eerste steen werd op 11 juli 1911 gelegd door Geesje Derks, getuige de fundatiesteen bij de entree. Het betreft een samengestelde boerderij met aanbouwen aan zij- en achterkant. De boerderij is uitgevoerd met een dwars op de schuur geplaatst voorhuis en schuur voorzien van een dwarsdeel. Dit boerderijtype is karakteristiek voor het cultuurhistorisch zeer waardevolle agrarische gebied rond Ruinerwold. Het dwarsgeplaatste voorhuis van deze boerderij is echter van een overgangstype naar een meerzijdig georienteerde villa.
Het boerderijcomplex vormt een beeldbepalend onderdeel van het agrarische bebouwingslint. Het erf is gedeeltelijk bestraat met oude Waaltjes. Het pand heeft een ondiepe sober ingerichte voortuin, een origineel smeedijzeren HEKWERK langs de weg en langs de oprit en een erf met enkele oude bomen.
Omschrijving
Een uit 1 bouwlaag bestaande en gedeeltelijk onderkelderde DWARSHUISBOERDERIJ op samengestelde plattegrond. De boerderij is opgetrokken in rood/bruin genuanceerde baksteen, ter plaatse van de voorgevel op een uitkragend, in hoogte verspringend gemetseld trasraam, onder oranje geglazuurde afzaat. Het voor- en achterhuis worden gedekt door een afgeplat schilddak belegd met een gesmoorde Bouletpan; op het westelijk dakschild een houten 3-ruits dakkapel onder lessenaarsdak met aan weerszijden hoog opgemetselde schoorsteen met betonnen schoorsteenbord; in de voorgevel een twee bouwlagen hoog risaliet met daarop een gepleisterde getoogde balustrade; gemetselde dakkapel met porte brisee onder overkragend lessenaarsdak boven entree; voor de dakkapel een balkon met gemetselde en deels gepleisterde balustrade; hoog opgemetselde schoorsteen met schoorsteenplaat op oostelijk dakschild; piron; uitkragende houten bakgoot op klossen.
De gevels van het voorhuis worden geleed door H-vensters met daarboven tegellijst in uitkragende bruin geglazuurde profielsteen onder witte latei; lekdorpel van dubbele laag bruin geglazuurde afzaat; gemetseld fries van witte verblendsteen in voorgevel. De vensters in de oostelijke zijgevel zijn voorzien van een wenkbrauw en originele houten rolluiken die in de kozijnen zijn weggewerkt.
In de oostelijke gevel van het achterhuis een samengestelde baander met opgeklampte inrijdeuren; opgeklampte loopdeur met 2-ruits bovenlicht; samen onder 8-ruits liggend bovenlicht.
De entree is gelegen in het midden van de voorgevel onder balkon en bestaat uit een houten paneeldeur met getoogd 6-ruits venster met facetgeslepen glas; geprofileerd kalf; bovenlicht; koperen trekbel; latei; gemetselde stoep van 1,5 trede hoog voorzien van vierkante oranje tegeltjes; fundatiesteen door ‘Geesje Derks 11 juli 1911’; achtkantige houten pilaar ter ondersteuning van balkon.
Tegen de westelijke zijgevel een 5-kantige houten serre op bakstenen onderbouw voorzien van lessenaarsdak met uitkragende bakgoot en fronton boven de dubbele tuindeuren.
Rechthoekige platte aanbouw tegen linker zijgevel; samengesteld venster met bovenlichten in gekleurd glas-in-lood; paneeldeur met dubbel venster voorzien van smeedijzeren sierrooster; achter de aanbouw nog deel van oorspronkelijke vensters zichtbaar.
Gemetselde uitkubbing onder overkragend plat dak langs vrijwel de gehele oostelijke zijgevel van de schuur; getoogde 6-ruits ijzeren vensters onder oranje gemetselde segmentboog; gemetselde lekdorpel; opgeklampte deur achterzijde.
De in rood/bruine baksteen aangebouwde schuur wordt gedekt door een afgewolfd zadeldak met rieten dakbedekking en ter plaatse van de rechthoekige aanbouw tegen de oostelijke gevel onderlangs twee rijen Bouletpan; nokvorsten; uilenbord met makelaar aan achterzijde.
Schuur met opgeklampte deuren onder liggend 4-ruits bovenlicht. De achtergevel van de schuur wordt geleed door een opgeklampte baander onder rollaag voorzien van drie naast elkaar gelegen oranje segmentbogen; opgeklampte getoogde deur onder oranje hanenkam; dito zolderluik; drie getoogde 6-ruits ijzeren vensters onder oranje rollaag.
Tegen de achtergevel van de schuur een rechthoekige aanbouw onder rieten zadeldak met vorstpan en makelaar; achtergevel met twee opgeklampte deuren met getoogd 4-ruits bovenlicht onder hanenkam; dito zolderluik; 3 vensters als in achtergevel boerderij.
Aan de andere zijde tegen de achtergevel van de boerderij een rechthoekige houten aanbouw onder zadeldak met daarop een gesmoorde platte Muldenpan.
Waardering
De dwarshuisboerderij is van algemeen belang voor de provincie Drenthe op grond van de volgende criteria:
Cultuurhistorische waarde
- vanwege de waarde van de boerderij als bijzondere uitdrukking van de ontwikkeling van het Drentse, gemengde boerenbedrijf omstreeks 1910
Architectuurhistorische waarde
- als bijzondere uitdrukking van een dwarshuisboerderij uit 1911 in Overgangsarchitectuur
- vanwege de esthetische kwaliteiten van de boerderij
- vanwege het kenmerkende materiaalgebruik en de zorgvuldige detaillering van de boerderij in Overgangsarchitectuur
Stedenbouwkundige/ensemble waarde
- vanwege de beeldbepalende ligging van de boerderij aan de doorgaande weg in het cultuurhistorisch zeer waardevolle agrarische gebied rond Ruinerwold
Gaafheid
- vanwege de redelijke mate van gaafheid van de boerderij
- vanwege de waarde van de boerderij in relatie tot de hoge mate van gaafheid van de stedenbouwkundige structuur en het bebouwingsbeeld in het cultuurhistorisch zeer waardevolle agrarische gebied rond Ruinerwold
Zeldzaamheid
- vanwege de redelijke mate van zeldzaamheid van de boerderij in de provincie Drenthe in relatie tot de voornoemde cultuurhistorische, architectonische en stedenbouwkundige kenmerken