stadsvilla Jacobs

Inleiding

De in 1919 door K. Zwikker in Overgangsarchitectuur ontworpen STADSVILLA is gebouwd in opdracht van Geert Jacobs. Het staat in de rooilijn in een rij vergelijkbare stadsvilla’s en herenhuizen op de hoek Zuideinde / Wilhelminapark binnen het cultuurhistorisch zeer waardevolle gebied Zuideinde/Stationsweg/Wilhelminapark met huisvesting voor de stedelijke burgerij en elite in de periode ruwweg tussen 1880-1920.
Het hoekpand is georiënteerd op zowel het Zuideinde als het Wilhelminapark. De tuin ligt aan de west-, noord- en oostzijde en heeft een origineel smeedijzeren HEKWERK. De tuininrichting is niet origineel hoewel elementen van originele beplanting als oude bomen en een magnolia aanwezig zijn.

Omschrijving

De STADSVILLA heeft een rechthoekige plattegrond, twee bouwlagen en een samengesteld dak dat gedekt is met rode geglazuurde Tuiles du Nord dakpannen. Het hoofdvolume heeft een schilddak. Er is een doorlopende uitkragende geprofileerde gootlijst op klossen en met windveer tegen een smalle daklijst. Aan de noordzijde bevindt zich een dakopbouw met zadeldak vanuit een risaliserende geveluitbouw. In de met getand strokenhout beklede topgevel zitten twee kleine staande vensters met twee zesruits bovenlichten onder een natuurstenen geprofileerde latei, een met gele bakstenen gemetseld boogveld en een rollaag van rode bakstenen boven een natuurstenen afzaat. Over de gevel lopen twee speklagen. Op het dak bevinden zich twee gemetselde nokhoekschoorstenen, de noordoostelijke is nieuw gemetseld, en twee identieke dakkapellen met 9-ruits dubbelvensters, een plat dak, gootlijst en houten zijkanten.
De gevels zijn opgetrokken in bruinrode baksteen op een gepleisterde plint. De geleding bestaat uit doorlopende gepleisterde speklagen, en staande vensters alle met bovenlichten, geprofileerde natuurstenen lateien en afzaten. De voor(west)gevel heeft een trapeziumvormige erker met staande vensters met bovenlicht onder een rollaag en een forse gootlijst op klossen. Hierboven bevindt zich een balkon met decoratief balkonhek, dubbele deuren met drieruits roede onder in de vensters onder twee zesruits dubbelvensters met een van gele bakstenen gemetseld boogveld en een segmentboog van rode baksteen. Hiernaast in de gevel boven de entree zit een dubbel venster met 10-ruits venster met een identieke detaillering. De noordelijke zijgevel is geleed door vier staande vensters, een daarvan op de beneden verdieping is dichtgemetseld, de andere heeft een bovenlicht met een boogveld en een segmentboog. De twee dubbelvensters op de verdieping hebben 8-ruits bovenlichten met een boogveld en een segmentboog.
De houten serre staat voor een risaliserende gevel op een plint, en is opgebouwd uit dubbele houten paneeldeuren met 12-ruits bovenlichten boven een gemetselde stoep met een enkele trede en vensters met houten panelen en 15-ruits bovenlichten waarvan zich aan de zijden eveneens twee bevinden, een uitkragende houten gootlijst op klossen.
Hierboven zit een balkon met een decoratief balkonhek, dubbele deuren met drieruits roede onder in de vensters onder twee 8-ruits dubbelvensters met, een van gele bakstenen gemetseld boogveld en een segmentboog van rode baksteen.
De oostgevel heeft vier vensters waarvan de grootste is gewijzigd in een venster met drie ramen onder de natuurstenen latei. Hierboven bevindt zich een staand dubbelvenster met 15-ruits bovenlicht. Hiernaast een dubbel venster met dubbel vierruits venster. Op de beneden verdieping een vergelijkbaar dubbel venster met bovengenoemde detaillering. De zinken hemelwaterafvoer loopt over de gevel.
De zuidelijke gevel (zonder speklagen) is geleed door twee vensters en een hemelwaterafvoer met vergaarbak. Het kleine vierkante venster op de begane grond heeft een natuursteen latei onder een strekkenlaag en een afzaat. Een dubbel venster met glas-in-lood, latei en afzaat bevindt zich centraal op de verdieping.
De entree ligt inpandig in een open portiek onder gemetselde segmentboog, de houten paneeldeur onder een natuurstenen latei heeft een verticaal venster en een getoogd venster met stijl, een natuurstenen stoep, een eentraps stoep, onderdorpel en neuten.
De gemetselde segmentboog loopt door in het plafond tot boven het getoogde bovenlicht met ‘sluitsteen’ en geprofileerd kalf. Rechts van entree zit de verticaal ingemetselde natuurstenen brievenbus.
In de aanbouw bevindt zich een entree met een houten paneeldeur met 8-ruits venster die bereikbaar langs de zuidgevel. Verder is de aanbouw gewijzigd met een venster en een entree.

Waardering

De stadsvilla met hekwerk is van algemeen provinciaal belang op grond van de volgende criteria:

Cultuurhistorische waarde

  • de stadsvilla met hekwerk vertegenwoordigt cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van de huisvesting van de stedelijke elite rond 1910 in Drenthe

Architectuurhistorische waarde

  • vanwege de waarde van de stadsvilla met hekwerk gebouwd omstreeks 1915 als bijzondere uitdrukking van woonhuisarchitectuur in Overgangsarchitectuur in Drenthe;
  • vanwege de esthetische kwaliteiten van het ontwerp;
  • vanwege het kenmerkende materiaalgebruik en de opvallende en zorgvuldige detaillering in Overgangsarchitectuur

Stedenbouwkundige/ensemble waarde

  • vanwege de bijzondere betekenis van de stadsvilla met hekwerk voortkomend uit de zeer beeldbepalende situering op de kruising van het Zuideinde met het Wilhelminapark in het cultuurhistorisch zeer waardevolle gebied Zuideinde/Stationsweg/Wilhelminapark
  • vanwege de ensemblewaarde met de vergelijkbare, naastgelegen stadsvilla Zuideinde 95 die eveneens in procedure is om te worden aangewezen als provinciaal monument

Gaafheid

  • vanwege de redelijke mate van gaafheid van het exterieur van de stadsvilla en het hekwerk;
  • vanwege de waarde van de stadsvilla in relatie tot de hoge mate van gaafheid van de stedenbouwkundige structuur en het bebouwingsbeeld binnen het cultuurhistorisch zeer waardevolle gebied Zuideinde/Stationsweg/Wilhelminapark

Zeldzaamheid

  • vanwege de redelijke mate van zeldzaamheid van de stadsvilla met hekwerk in de provincie Drenthe in relatie tot de voornoemde cultuurhistorische, architectonische en stedenbouwkundige kenmerken